Zalig stil zijn, Gods genade (onbekende auteur)

Zalig stil zijn, Gods genade

Slaat mij gade,

Ruimt mijn zwarigheden weg;

Zouden mij dan banden knellen

Zou vergeefsche zorg mij kwellen,

Daar ik voor Gods reekx92ning leg?

 

Zou x91k me niet in God beroemen,

Hem niet noemen,

Vader! Redder! Helper! Troost?

Zou x91k Hem verder niet verbeiden,

Die mij wou tot dusver leiden,

Hij, de God van Abrahams kroost?

 

(auteur onbekend)

 

In: x91Het eenzaam biddenx92, ds. J.J. Knap (1917), p. 133.

16 August 2010
By on 10:16
O, mijn ziele! bid dan vurig (onbekende auteur)

O, mijn ziele! bid dan vurig

Jezus heeft wat u ontbreekt;

Bid maar ernstig, bid gedurig,

Bid geloovig, bid maar vurig,

Gij verkrijgt, al wat gij smeekt.

 

(auteur onbekend)

 

In: x91Het eenzaam biddenx92, ds. J.J. Knap (1917), p. 132.


By on 10:16
x92t Smart mij, goede Heiland! (H. VAN ALPHEN & P.L. VAN DE KASTEELE)

x92t Smart mij, goede Heiland! x92t Smart mij, dat ik U zoowachten liet,

En niet eerder mij liet vinden. Zondaars! volgt mijnvoorbeeld niet.

Zijt gij in u zelf verloren, Jezus zoekt u, hoort zijnstem!

Leert het ongeloof eens schuwen! Komt, zooals gij zijt,tot Hem.

Schoon gij woeddet als een Paulus, toen hij naar Damascustoog,

Zoodat menschen voor u vloden, Jezus houdt u in het oog;

En dat oog is vol van liefde, vol ontferming, vol gena,

x92t Zoekt hier naar geen goede menschen, maar deslechtsten, slaat Hij ga.

Wie nou zulk een liefde smaden? Wie niet hooren? draalt gijnog?

Leest gij uit die oogen hardheid? Wacht gij van die stembedrog?

Vliegt in Jezus opene armen! daar alleen is veiligheid,

Haast u, want voor Godverlaters, zijn ze nu noguitgebreid.

Haast u! eer Zijn vriendelijke oogen bliksems schietentot uw straf:

Eer ze u voor Gods vierschaar dagen, u ook zoeken in hetgraf.

 

STICHTELIJKE MENGELPOxcbZIJ VAN H. VAN ALPHEN EN P.L. VANDE KASTEELE.

 

In: x91Het eenzaam biddenx92, ds. J.J. Knap (1917), p. 84-85.Ds. Knap schrijft erbij: x93Innig zong een vaderlandsch Dichterx85x94


By on 10:15
’t Smart mij, goede Heiland! (H. VAN ALPHEN & P.L. VAN DE KASTEELE)

’t Smart mij, goede Heiland! ’t Smart mij, dat ik U zoowachten liet,

En niet eerder mij liet vinden. Zondaars! volgt mijnvoorbeeld niet.

Zijt gij in u zelf verloren, Jezus zoekt u, hoort zijnstem!

Leert het ongeloof eens schuwen! Komt, zooals gij zijt,tot Hem.

Schoon gij woeddet als een Paulus, toen hij naar Damascustoog,

Zoodat menschen voor u vloden, Jezus houdt u in het oog;

En dat oog is vol van liefde, vol ontferming, vol gena,

’t Zoekt hier naar geen goede menschen, maar deslechtsten, slaat Hij ga.

Wie nou zulk een liefde smaden? Wie niet hooren? draalt gijnog?

Leest gij uit die oogen hardheid? Wacht gij van die stembedrog?

Vliegt in Jezus opene armen! daar alleen is veiligheid,

Haast u, want voor Godverlaters, zijn ze nu noguitgebreid.

Haast u! eer Zijn vriendelijke oogen bliksems schietentot uw straf:

Eer ze u voor Gods vierschaar dagen, u ook zoeken in hetgraf.

 

STICHTELIJKE MENGELPOËZIJ VAN H. VAN ALPHEN EN P.L. VANDE KASTEELE.

 

In: ‘Het eenzaam bidden’, ds. J.J. Knap (1917), p. 84-85.Ds. Knap schrijft erbij: “Innig zong een vaderlandsch Dichter…”


By on 10:15
x91k Rechtvaardig U, zoo Ge eeuwig mij verlaat (onbekende auteur)

x91k Rechtvaardig U, zoo Ge eeuwig mij verlaat;

En daaglijks hier met felle geesels slaat;

Zoo x91k helsche smart met aardsch verdriet moet koopen;

Zoo x92t kwade niet in mij beteugeld wordt,

Zoo Gij gedoogt, dat ik in wanhoop stort;

x91k Rechtvaardigx85. maar O God! Ik smeek gena,

x91k IJzex85. ik ben het dubbel waardig, ja:

Dan, ach!…. ik kan uw gramschap niet begeeren.

Uw onverdienbre gunst is mij het hoogste goed.

x91k Rechtvaardig, ja, alwat uw gramschap doet,

Maar ik wenschte Uw wraak van mij nog af te keeren.

 

(onbekende auteur)

In: x91Het eenzaam biddenx92, ds. J.J. Knap (1917), p. 85-86.


By on 10:14
‘k Rechtvaardig U, zoo Ge eeuwig mij verlaat (onbekende auteur)

‘k Rechtvaardig U, zoo Ge eeuwig mij verlaat;

En daaglijks hier met felle geesels slaat;

Zoo ‘k helsche smart met aardsch verdriet moet koopen;

Zoo ’t kwade niet in mij beteugeld wordt,

Zoo Gij gedoogt, dat ik in wanhoop stort;

‘k Rechtvaardig…. maar O God! Ik smeek gena,

‘k IJze…. ik ben het dubbel waardig, ja:

Dan, ach!…. ik kan uw gramschap niet begeeren.

Uw onverdienbre gunst is mij het hoogste goed.

‘k Rechtvaardig, ja, alwat uw gramschap doet,

Maar ik wenschte Uw wraak van mij nog af te keeren.

 

(onbekende auteur)

In: ‘Het eenzaam bidden’, ds. J.J. Knap (1917), p. 85-86.


By on 10:14
Aanbiddx92lijk Hemels-licht (onbekende auteur)

Aanbiddx92lijk Hemels-licht, [waarvoor we inwendig knielen,] 

Beschijn ons binnenste; doorstraal toch onze zielen 

En allx92 haarx92 krachten, [met uw glans,] plant in x92t gemoed 

Verhelderde oogen, en verdrijf [door uwen gloed,] 

De koude nevels, en doorzuiver ons van binnen! 

Dus aanbidt MILTON, Paradijs Verloren III boek vs. 51-54, den H. Geest. Wij vinden deze plaats aangehaald door J. HERVEIJ, in zijn Theron en Aspasio, 1ste deel pag. 82. Een werk, welks lezing en herlezing wij ieder ten ernstigste aanbevelen.

 In: x91Het eenzaam biddenx92, ds. J.J. Knap (1917), p. 94.


By on 10:12
Aanbidd’lijk Hemels-licht (onbekende auteur)

Aanbidd’lijk Hemels-licht, [waarvoor we inwendig knielen,] 

Beschijn ons binnenste; doorstraal toch onze zielen 

En all’ haar’ krachten, [met uw glans,] plant in ’t gemoed 

Verhelderde oogen, en verdrijf [door uwen gloed,] 

De koude nevels, en doorzuiver ons van binnen! 

Dus aanbidt MILTON, Paradijs Verloren III boek vs. 51-54, den H. Geest. Wij vinden deze plaats aangehaald door J. HERVEIJ, in zijn Theron en Aspasio, 1ste deel pag. 82. Een werk, welks lezing en herlezing wij ieder ten ernstigste aanbevelen.

 In: ‘Het eenzaam bidden’, ds. J.J. Knap (1917), p. 94.


By on 10:12
Niets van ons, maar ‘t al van Hem (Hieronymus van Alphen)

Als wij de doodsvallei betrexean,
Laat ons de beste vriens alleen.
Maar Jezus draagt ons in Zijn schoot
Tot aan en over graf en dood.
 
De tijd komt stil, maar zeker aan
Als ik mijn grafplaats in zal gaan.
Bereid u voor die stond, mijn geest!
Opdat ge  dan niet ijdel vreest.
 
Maar ach, hoe houd ik mij gereed?
'k Heb halssieraad noch statiekleed!
Hoe ga ik Jezus in 't gemoed,
En val Hem waardiglijk te voet?
 
In Zijne mantel ingehuld
Heb ik een deksel voor mijn schuld.
En 't kleed van Zijne heiligheid
Is mij tot sieraad toebereid.
 
Ach, niets van ons, maar 't al van Hem!
Zo komt men in Jeruzalem.
Zo treedt men need'rig, onbevreesd,
Gods tempel in, bij 't eeuwig feest.
 
Hieronymus van Alphen


13 August 2010
By on 10:29
Geef mij Jezus of ik sterf / Augustinus ging eens ziften (Nicolaus Barentzonius)

Augustinus ging eens ziften
En doortasten in de grond
Seneca's vermaarde schriften
Daar hij veel geleerdheid vond;
Schone lof van zedendeugden,
zedentroost in groot verdriet.
Doch 't en kon hem niet vervreugden,
Want hij vond er Jezus niet.
 
Dat gaf mij een groot vermaken
En 't beviel mijn ziel zo zoet,
Dat ik ook in alle zaken
Zoek of Jezus mij ontmoet.
Zonder Hem is niets te degen
Maar verdriet dat blijft verdriet.
Zelfs is zegen zonder zegen;
Want men vindt er Jezus niet.
 
Is er krankheid, smart en lijden,
Armoe, honger, dorst en pijn,
Oorlog, pest of dure tijden
Of een innig zielgekwijn.
Jezus kan de troostkroes schinken
En verzachten al 't verdriet.
Anders moet m' er in verzinken;
Want men vindt er Jezus niet.
 
Heeft men voorspoed, hoge staten,
Grote eer en machtig goed,
Och, wat kan dat alles baten,
En wat geeft dat aan 't gemoed,
Mist men Jezus ondertussen.
Dorst naar meer heeft groot verdriet,
En 't en kan geen onlust blussen,
Want men vindt er Jezus niet.
 
Och, wat is er op de aarde
Of in 's hemels wijd gespan?
Niets is er van zulke waarde,
Dat mijn ziel vernoegen kan.
God alleen is boven allen,
Die kan stelpen mijn verdriet.
Maar ook Die zou mij ontvallen,
viel mijn lot op Jezus niet.
 
Heer', wat zou Gij mij toch geven?
Geef mij Jezus, of ik sterf.
Zonder Jezus is geen leven,
Maar een eeuwig zielsverdrerf.
Wil mijn ziel aan Jezus voegen,
Dan bespot ik al 't verdriet.
Jezus is mijn zielsvernoegen,
Buiten Jezus wil ik niet.
 
Heere Jezus, kom toch nader,
Maak mijn ziel eens onbevreesd.
Leer mij zeggen; 'Abba Vader',
Leid en troost mij door Uw Geest.
Naar U brandt mijn ziel met lusten,
Daarom voel ik geen verdriet.
'k Wil in mijnen Jezus rusten,
Buiten Jezus is er niet.
 
Nicolaus Barentzonius


By on 10:28